Driehoek berekenen
Bereken elke driehoek uit drie waarden (ZZZ, ZHZ, HZH, HHZ of ZZH), met oppervlakte, omtrek, hoogten, uitwerking stap voor stap en een tekening op schaal.
Vul drie willekeurige waarden in, waarvan minstens één zijde. Zijde a ligt tegenover hoek A, b tegenover B en c tegenover C. Decimalen zoals 4,5 zijn toegestaan; in radialen kun je ook pi/3 typen.
- a
- –
- b
- –
- c
- –
- Omtrek
- –
- A
- –
- B
- –
- C
- –
- Oppervlakte
- –
- Hoogte op a
- –
- Hoogte op b
- –
- Hoogte op c
- –
- Soort
- –
Uitwerking stap voor stap
Zo bereken je een driehoek met deze tool
- Typ drie bekende waarden in de zes vakken: Zijde a, Zijde b, Zijde c, Hoek A, Hoek B en Hoek C. Minstens één ervan moet een zijde zijn. Laat de andere drie vakken leeg.
- Kies de Hoekeenheid: Graden of Radialen. In radialen kun je waarden typen zoals 1,2, pi/3 of 2π/3. Wissel je van eenheid, dan worden de hoeken die je al getypt hebt omgerekend, zodat de driehoek dezelfde blijft.
- De driehoek wordt opgelost terwijl je typt (de knop Oplossen doet hetzelfde). De tool noemt het herkende geval, bijvoorbeeld ZHZ, en toont de drie zijden, de drie hoeken, de Omtrek, de Oppervlakte, de drie hoogten en de soort driehoek (scherphoekig, rechthoekig of stomphoekig; gelijkzijdig, gelijkbenig of ongelijkzijdig).
- Onder de resultaten zie je een tekening van de driehoek op schaal en de Uitwerking stap voor stap. Kopiëren kopieert de zijden, hoeken, oppervlakte en omtrek; Wissen maakt alle zes vakken leeg.
De naamgeving volgt de gebruikelijke afspraak: zijde a ligt tegenover hoek A, zijde b tegenover hoek B en zijde c tegenover hoek C. In de tekening staat hoekpunt A links, B rechts en C bovenaan.
Decimalen schrijf je met een komma (4,5); een punt wordt ook begrepen.
De vijf gevallen en hoe ze worden opgelost
Drie waarden leggen een driehoek vast, zolang er minstens één lengte bij zit. Afhankelijk van wat je kent, volgt de tool een andere route (de internationale afkortingen zijn SSS, SAS, ASA, AAS en SSA):
- ZZZ (drie zijden). Eerst controleert de tool de driehoeksongelijkheid: de twee kortste zijden moeten samen langer zijn dan de langste. De cosinusregel geeft dan twee hoeken, bijvoorbeeld cos A = (b² + c² − a²) / (2bc), en de derde volgt uit de hoekensom.
- ZHZ (twee zijden en de ingesloten hoek). De cosinusregel geeft de ontbrekende zijde: a² = b² + c² − 2bc cos A. De andere hoeken volgen zoals bij ZZZ.
- HZH en HHZ (twee hoeken en een zijde). De derde hoek is 180° min de andere twee. De ontbrekende zijden komen uit de sinusregel: a / sin A = b / sin B = c / sin C.
- ZZH (twee zijden en een hoek die er niet tussen ligt). Dit is het dubbelzinnige geval. De sinusregel geeft de sinus van een tweede hoek, bijvoorbeeld sin B = b × sin A / a. Is die waarde groter dan 1, dan bestaat er geen driehoek. Anders is er één hoek B mogelijk of twee (B en 180° − B). Geven beide een geldige driehoek, dan toont de tool Oplossing 1 en Oplossing 2, elk met een eigen tekening en uitwerking.
Drie hoeken alleen zijn niet genoeg: ze leggen de vorm vast, maar een driehoek van elke grootte heeft dezelfde hoeken.
Oppervlakte, omtrek en hoogten
Zodra de drie zijden bekend zijn, is de omtrek P = a + b + c en volgt de oppervlakte uit de formule van Heron: met de halve omtrek s = P / 2 is de oppervlakte S = √(s(s − a)(s − b)(s − c)). Elke hoogte is tweemaal de oppervlakte gedeeld door de zijde waarop ze valt: h_a = 2S / a, en zo ook voor b en c. Voor een 3-4-5-driehoek is s = 6, de oppervlakte √(6 × 3 × 2 × 1) = 6 en de hoogte op de langste zijde 2 × 6 / 5 = 2,4.
De resultaten worden getoond met zes significante cijfers. Elke tussenwaarde staat in de uitwerking, zodat je de berekening kunt controleren of overnemen in je huiswerk. Alles wordt in je browser berekend.
Veelgestelde vragen
Wat betekent “dubbelzinnig geval”?
Als je twee zijden kent en een hoek tegenover een van beide (ZZH), kan de zijde tegenover die hoek soms twee standen innemen, wat twee verschillende driehoeken oplevert. Voor a = 6, b = 8 en A = 40° kan hoek B ongeveer 59° of ongeveer 121° zijn. Beide oplossingen worden getoond.
Waarom zegt de tool dat de driehoek onmogelijk is?
Ofwel voldoen de drie zijden niet aan de driehoeksongelijkheid (1, 2 en 3 vormen alleen een platte lijn), ofwel zijn de twee opgegeven hoeken samen 180° of meer, ofwel is in het geval ZZH de zijde tegenover de bekende hoek te kort om de driehoek te sluiten.
Kan ik hoeken in radialen invoeren?
Ja. Kies Radialen en typ een decimaal getal zoals 0,785 of een uitdrukking met pi, zoals pi/4 of 3π/4. De resultaten worden dan ook in radialen getoond.
Is de tekening op schaal?
Ja. De vorm is exact; alleen de totale grootte wordt aangepast aan het kader. Heel platte driehoeken zien er dus dun uit, en dat zijn ze ook echt.
Hoe nauwkeurig zijn de resultaten?
De berekeningen gebruiken drijvendekommagetallen met dubbele precisie, nauwkeurig tot ongeveer 15 cijfers, en worden afgerond op zes significante cijfers getoond. Hoeken die precies 90° horen te zijn, worden herkend, zodat een 3-4-5-driehoek als rechthoekig wordt gemeld.
Vergelijkbare tools
- Stelling van Pythagoras berekenen Bereken met de stelling van Pythagoras de schuine zijde of een rechthoekszijde van een rechthoekige driehoek, exact met wortels, stap voor stap en met tekening.
- Oppervlakte berekenen Bereken gratis de oppervlakte van 11 vormen, van vierkant en cirkel tot trapezium, cirkelsector en regelmatige veelhoek, met formule, uitwerking en tekening.
- Vierkantsvergelijking oplossen (abc-formule) Los elke vierkantsvergelijking ax² + bx + c = 0 op met de abc-formule: discriminant, exacte wortels, complexe oplossingen, topvorm, ontbonden vorm en grafiek.