Utilia

Franse werkwoorden vervoegen

Vervoeg elk Frans werkwoord in alle tijden en wijzen, met het juiste hulpwerkwoord, wederkerende en ontkennende vormen en zoeken zonder accenten.

Accenten zijn niet nodig: typ ceder of etre en kies een suggestie. Zet er se of s' voor voor de wederkerende vorm (se lever).

Opties
Probeer:

Zo vervoeg je een Frans werkwoord

  1. Typ het werkwoord in de infinitief bij Frans werkwoord (infinitief), bijvoorbeeld prendre, se lever of s’asseoir. Accenten zijn niet nodig: ceder vindt céder en etre vindt être. Terwijl je typt, verschijnen passende werkwoorden als knoppen onder het veld.
  2. Klik op Vervoegen of druk op Enter. Je kunt ook een van de voorbeeldwerkwoorden naast Probeer: aanklikken.
  3. Lees de samenvatting: Groep, Vervoegt zoals (het modelwerkwoord dat hetzelfde patroon volgt), Hulpwerkwoord, Tegenwoordig deelwoord en Voltooid deelwoord.
  4. Onder de samenvatting staat elke wijs in kaarten, één kaart per tijd: aantonende, aanvoegende, voorwaardelijke en gebiedende wijs, deelwoord, infinitief en gérondif.
  5. Vink Wederkerende vorm (se …), Ontkennende vorm (ne … pas) of Vrouwelijk (elle, overeenkomst) aan om het werkwoord in die vormen te zien. Bij werkwoorden als monter, sortir of passer kies je met het menu Hulpwerkwoord tussen être en avoir.
  6. Alle tijden kopiëren kopieert de hele vervoeging als platte tekst, bijvoorbeeld om in flashcards of een les te plakken.

De werkwoorden zelf zijn natuurlijk Frans: deze tool vervoegt alleen Franse werkwoorden, geen Nederlandse. De uitleg en de namen van de tijden staan in het Nederlands, met de Franse naam erbij zoals in de meeste lesmethodes.

Wat de tabellen bevatten

De tool vervoegt alle tijden en onpersoonlijke vormen van het Frans, 24 in totaal:

  • Aantonende wijs: présent, passé composé, imparfait, plus-que-parfait, passé simple, passé antérieur, futur simple en futur antérieur.
  • Aanvoegende wijs: présent, passé, imparfait en plus-que-parfait, elk met que (qu’il voor een klinker).
  • Voorwaardelijke wijs: présent, passé en de literaire “passé 2e forme” (j’eusse aimé).
  • Gebiedende wijs: présent en passé, voor tu, nous en vous.
  • Deelwoord, infinitief en gérondif: présent, passé en de samengestelde vormen (ayant fini, avoir fini, en ayant fini).

Samengestelde tijden worden met het juiste hulpwerkwoord gevormd. De meeste werkwoorden nemen avoir. Een kleine groep onovergankelijke werkwoorden van beweging of verandering van toestand (aller, venir, naître, mourir, tomber, rester…) en alle wederkerende werkwoorden nemen être, en dan komt het voltooid deelwoord overeen met het onderwerp: elles sont allées, nous nous sommes assises. Bij wederkerende werkwoorden waarvan het voornaamwoord een meewerkend voorwerp is, blijft het deelwoord onveranderd: ils se sont parlé.

Elisie wordt overal toegepast waar die hoort: j’aime, je n’ai pas aimé, qu’il s’asseye. Werkwoorden met een h aspiré worden herkend, dus de tool schrijft je hurle en je ne hais pas, maar j’habite.

Zo werkt de vervoeger

In plaats van miljoenen kant-en-klare vormen op te slaan, past de tool de regels toe die in grammaticaboeken staan. Ongeveer 80 vervoegingsmodellen dekken de hele taal: de regelmatige 1e en 2e groep, de spellingsveranderingen van de 1e groep (placer, manger, appeler, jeter, acheter, céder, protéger, employer, payer) en de onregelmatige werkwoorden van de 3e groep (prendre, venir, craindre, connaître, recevoir…). Een speciaal voor deze tool samengestelde index van ongeveer 2.400 gangbare werkwoorden bepaalt welk model elk werkwoord volgt.

Typ je een werkwoord dat niet in de index staat, dan wordt het op basis van de uitgang vervoegd (bijvoorbeeld zoals aimer, finir of prendre) en vraagt een opmerking je om het resultaat te controleren.

De spellinghervorming van 1990

De rectifications orthographiques van 1990 zijn facultatief: beide spellingen zijn correct. Waar ze van toepassing zijn, toont een opmerking onder de samenvatting de nieuwe spelling: je cèderai naast je céderai, il étiquète naast il étiquette, il connait zonder circonflexe en assoir voor asseoir. De tabellen zelf gebruiken de traditionele spelling die de meeste schoolboeken nog aanhouden.

Veelgestelde vragen

Kan ik een werkwoord zonder accenten typen?

Ja. Het zoeken negeert accenten en hoofdletters, dus preferer, Préférer en PREFERER vinden allemaal préférer. Als twee werkwoorden alleen in een accent verschillen (pécher en pêcher), toont de tool er één en noemt de andere in een opmerking.

Hoe vervoeg ik een wederkerend werkwoord?

Typ het met se of s’ (se souvenir, s’asseoir), of vink Wederkerende vorm (se …) aan bij elk werkwoord dat wederkerend kan zijn. Werkwoorden die alleen wederkerend bestaan, zoals se souvenir of s’enfuir, worden altijd zo getoond. Ook s’en aller werkt: je m’en vais, va-t’en.

Waarom staat er bij sommige tijden “— (bestaat niet)”?

Sommige werkwoorden zijn onvolledig. Traire, extraire en dissoudre hebben geen passé simple, pouvoir heeft geen gebiedende wijs, en onpersoonlijke werkwoorden als falloir of neiger worden alleen met il vervoegd.

Welk hulpwerkwoord krijgt een werkwoord?

Dat staat in het vak Hulpwerkwoord in de samenvatting. Werkwoorden als monter, descendre, sortir, rentrer, passer en retourner nemen être zonder lijdend voorwerp en avoir met een lijdend voorwerp, dus daar kies je zelf.

Kan ik hiermee ook Nederlandse werkwoorden vervoegen?

Nee. De tool kent alleen de Franse vervoegingsregels en Franse werkwoorden.

Wordt mijn zoekopdracht ergens naartoe gestuurd?

Nee. De werkwoordenlijst en de regels worden met de pagina geladen en alles wordt in je browser berekend. Niets wat je typt wordt opgeslagen of verstuurd.