Utilia

Marge en opslag berekenen

Bereken winstmarge, opslag en verkoopprijs uit twee bekende waarden, reken marge om naar opslag en bekijk een margetabel. Met duidelijke formules.

De resultaten zijn schattingen, alleen ter informatie, en geen financieel advies. Overleg met een deskundige voordat je beslissingen neemt.

Kostprijs
–
Verkoopprijs
–
Winst
–
Brutomarge
–
Opslag
–
Factor
–
Zo is het berekend

Marge ↔ opslag omrekenen

Resultaat –

Tabel marge en opslag

Tabel marge en opslag
Marge Opslag Factor Verkoopprijs Winst

Zo gebruik je de marge- en opslagcalculator

  1. Kies bij Wat weet je? de twee waarden die je hebt: Kostprijs en verkoopprijs, Kostprijs en marge, Kostprijs en opslag, Verkoopprijs en marge of Verkoopprijs en opslag.
  2. Vul de velden in die verschijnen: Kostprijs, Verkoopprijs, Marge (%) of Opslag (%), en kies de Valuta. Standaard is dat de euro, of de munt van je land als je browser die aangeeft.
  3. Lees de resultaten: de Kostprijs, de Verkoopprijs, de Winst, de Brutomarge, de Opslag en de Factor (verkoopprijs ÷ kostprijs). Zo is het berekend toont de formules en met Kopiëren kopieer je de resultaten.
  4. Wil je snel een percentage omzetten, gebruik dan Marge ↔ opslag omrekenen: kies Marge → opslag of Opslag → marge en typ het percentage.
  5. De Tabel marge en opslag toont voor jouw kostprijs de opslag, de factor, de verkoopprijs en de winst bij gangbare marges van 5% tot 90%.

Marge of opslag: het verschil

Beide beschrijven dezelfde winst, maar delen die door een ander bedrag:

  • Marge (brutomarge, winstmarge) = winst ÷ verkoopprijs
  • Opslag (opslagpercentage) = winst ÷ kostprijs

Een artikel dat € 60 kost en voor € 100 wordt verkocht, levert € 40 winst op. De marge is 40 / 100 = 40%, de opslag 40 / 60 = 66,67%. Bij een winstgevend artikel is de opslag altijd groter dan de marge, en een marge kan nooit 100% worden, terwijl een opslag 200% of meer kan zijn.

Ze door elkaar halen is duur. Wil je 40% marge maar tel je 40% op bij een kostprijs van € 60, dan verkoop je voor € 84 en is je echte marge maar 28,6%.

Formules

Met een kostprijs C, een verkoopprijs P, een marge g en een opslag m (als decimalen):

  • winst = P − C
  • g = (P − C) / P en m = (P − C) / C
  • verkoopprijs uit een marge: P = C / (1 − g)
  • verkoopprijs uit een opslag: P = C × (1 + m)
  • kostprijs uit een verkoopprijs: C = P × (1 − g) = P / (1 + m)
  • opslag uit een marge: m = g / (1 − g)
  • marge uit een opslag: g = m / (1 + m)

Voorbeelden: een marge van 50% is een opslag van 100% (de verkoopprijs is het dubbele van de kostprijs); een opslag van 25% is een marge van 20%; een marge van 20% is een opslag van 25%. Prijzen worden afgerond op de cent. Een negatieve marge betekent dat je het artikel met verlies verkoopt.

Veelgestelde vragen

Wat is een goede winstmarge?

Dat hangt helemaal af van de branche. Supermarkten werken vaak met brutomarges van 20–30%, kledingwinkels met 50% of meer, en software nog hoger. Vergelijk je marge met die van vergelijkbare bedrijven, en onthoud dat de brutomarge geen huur, salarissen of andere vaste kosten bevat.

Hoe bepaal ik een prijs voor 30% marge?

Kies Kostprijs en marge en vul de kostprijs en 30 in. De tool deelt de kostprijs door 1 − 0,30: een kostprijs van € 70 geeft een verkoopprijs van € 100.

Waarom kan de marge geen 100% zijn?

Een marge van 100% zou betekenen dat het artikel niets kost. Naarmate de kostprijs naar nul gaat, nadert de marge 100% zonder die ooit te halen, terwijl de opslag onbeperkt groeit.

Moet ik de btw in de prijs meenemen?

Nee. Gebruik prijzen exclusief btw: de btw draag je af aan de overheid en hoort niet bij je marge. Verkoop je aan consumenten tegen prijzen inclusief btw, reken dan eerst de prijs exclusief btw uit (bijvoorbeeld € 121 ÷ 1,21 = € 100 bij 21% btw).

Geeft deze tool financieel advies?

Nee. Hij rekent met de getallen die je invoert. Bij prijsbeslissingen tellen ook de vraag, de concurrentie en al je kosten mee.